Droom
2011, zondag 2 oktober. De halfjaarlijkse training van runners en talenten zit erop. Een zonovergoten ochtend op een vroege herfstdag. Zojuist hebben de Seven Hillers, Club en Team, hun brunch verorberd en Has van Cuijk heeft op de zijn eigen bekende wijze de successen die zijn pupillen aaneen hebben geregen, de revue laten passeren. Dan neemt de trots van het Seven Hills Running Team, Susan Kuijken, het woord. Even is het boegbeeld overgewipt uit Melbourne. Vijfentwintig jaar is ze nu en wereldburger. Wel even iets anders dan zo'n jaar of tien geleden, toen ze samen met al die andere talenten voor het eerst met de krasse knarren van de Seven Hills Runners Club kwam trainen. Hier staat een zelfbewuste jonge vrouw met een doel.
Susan vertelt over de afgelopen anderhalf jaar, hoe ze zich ternauwernood wist te plaatsen voor de EK; over haar afgang daar en het langdurige blessureleed; over aqua- en krachttraining, over verschillende trainers en trainingsmethoden; over een nieuwe manier van lopen en haar onveranderde focus op de toekomst; over haar comeback op de 1500 meter in België op 6 augustus van dit jaar (2.06.92) en het goede gevoel dat ze eraan overhield; over haar eerste hoogtestage ooit, in Sankt Moritz nog wel, en het terugkomende plezier; over het verlies van financiële support door het NOC/NSF en haar niet aflatende geloof in eigen kunnen. En ze vertelt over haar droom. Want ze heeft een droom: in 2012, in Londen, wil ze de finale van de Olympische Spelen lopen, zegt ze. Maar ze bedoelt te zeggen: goud winnen, want meedoen is leuk, maar winnen is onvergetelijk.
Hier staat iemand die weet wat ze wil. Ergens aan de horizon ziet ze een stip en ze gaat er recht op af, niet afgeleid, haar blik gericht, haar geloof onwankelbaar, haar benen sterker en sterker, haar stappen vaster en vaster, in haar hoofd maar één gedachte. Daar moet zij naartoe, daar moet ze zijn, op die ene dag moet ze het doen.
En terwijl ze daar staat te praten, is iedereen stil. We hangen aan haar lippen en haar droom wordt de onze. We zouden wel met haar mee willen reizen naar de einder, haar naar de Spelen willen dragen en haar daar straks naar de finish willen schreeuwen. Het is alsof deze jonge vrouw onze eigen dromen doet herleven, vandaag 2 oktober 2011, 313 dagen voor het moment suprême op 10 augustus 2012. Ze is een beetje als wij zouden willen zijn. En zo is ze een beetje van ons, Susan.
Later, als ze allang is uitgepraat en het bewonderende applaus weggestorven, verkeer ik - waarschijnlijk net als alle anderen - in een roes van hoop, geloof en liefde. Daaruit ontwakend probeer ik die middag een ticket te bemachtigen.
Kees de Ruwe, 29 oktober 2011
